Je hebt een idee voor een nieuw product. Misschien een SaaS-platform, een klantportaal of een eenvoudige app voor een niche. De verleiding is groot om meteen het complete eindproduct te ontwikkelen. Maar wat als niemand het gebruikt? Daar is een minimum viable product (MVP) voor. In dit artikel lees je wat een MVP is, hoe je bepaalt wat erin komt en hoe je een eerste versie bouwt die later kan uitgroeien tot een schaalbaar product.

Wat is een MVP?

De definitie in één zin: een minimum viable product (MVP) is de kleinste versie van een product die al toegevoegde waarde levert aan echte gebruikers. In het Nederlands heet het ook wel een minimaal levensvatbaar product. Klein genoeg om snel te ontwikkelen, maar compleet genoeg om er iets van te leren.

Het woord viable is belangrijk. Een MVP is geen half product of een uitgeklede versie vol fouten. Het lost één probleem goed op, voor één groep gebruikers. Je bouwt alleen wat minimaal nodig is om die groep te helpen; alles wat daar niet voor nodig is, laat je weg.

Een voorbeeld: je wilt planningssoftware bouwen voor schoonmaakbedrijven. Het volledige product heeft roosters, urenregistratie, facturatie, een klant-app en rapportages. De MVP doet alleen het rooster: medewerkers zien waar ze moeten zijn, de planner sleept diensten. De rest gebeurt voorlopig in de bestaande tools. Zo test je of planners er echt mee willen werken voordat je de rest bouwt.

Waar komt het begrip minimum viable product vandaan?

De term minimum viable product werd in 2001 bedacht door Frank Robinson. Steve Blank en Eric Ries maakten hem later bekend, met name via de lean startup-methode die Ries beschreef in zijn boek The Lean Startup.

Het idee achter The Lean Startup: wie een nieuw product ontwikkelt, bouwt niet in één keer een perfect product, maar werkt iteratief in een cyclus van bouwen, meten en leren. Je bouwt een eerste versie, zet die bij gebruikers, verzamelt feedback en beslist dan wat de volgende versie wordt. Een MVP is volgens Ries de versie waarmee je de maximale hoeveelheid gevalideerde kennis over je klanten verzamelt met de minste moeite.

MVP, prototype, proof of concept en MMP: de verschillen

Deze begrippen worden vaak door elkaar gebruikt. Ze beantwoorden elk een andere vraag:

Vraag Voor wie Werkend product?
Proof of concept (PoC) Kan het technisch? Intern team Nee, alleen de kern van de techniek
Prototype Hoe ziet het eruit en hoe voelt het? Testgebruikers, stakeholders Nee, vaak klikbaar maar zonder echte data
Minimum viable product (MVP) Willen gebruikers het en gebruiken ze het? Echte gebruikers, early adopters Ja, klein maar werkend
MMP (minimum marketable product) Kunnen we het verkopen aan de bredere markt? Betalende klanten Ja, compleet genoeg om op de markt te brengen

Een prototype helpt bij het ontwerp. Een MVP helpt bij de vraag of je product bestaansrecht heeft. In de praktijk volgen ze vaak op elkaar: eerst een prototype om de flow te testen, daarna een MVP om de markt te valideren.

Waarom een MVP bouwen? Leren van echte gebruikers

Een MVP bouwen heeft een paar duidelijke voordelen:

  • Je valideert je idee met minimale middelen. Je test in een vroeg stadium met een werkend product of je idee werkt, voordat je grote investeringen doet.
  • Je voorkomt dat je iets bouwt wat niemand gebruikt. Veel producten falen niet door slechte techniek, maar omdat er geen vraag is.
  • Je krijgt vroeg feedback van echte gebruikers. Wat ze doen, zegt meer dan wat ze in een interview zeggen.
  • Je bent sneller op de markt. Terwijl de concurrentie nog aan een perfect product werkt, leer jij al van je eerste gebruikers.
  • Je stuurt verwachtingen bij. Wat vroege gebruikers echt gebruiken, is vaak iets anders dan wat je vooraf dacht. Die feedback voorkomt dat je functionaliteit bouwt die niemand mist.
  • Je onderbouwt je volgende stap. Met data van echte gebruikers is het makkelijker om investeerders, directie of klanten mee te krijgen.

Voorbeelden van een MVP

Een MVP hoeft niet altijd software te zijn. Een paar vormen die vaak werken:

  • Landingspagina-MVP. Je beschrijft je product op een landingspagina met een aanmeldknop. Melden zich genoeg potentiële gebruikers aan, dan is er vraag.
  • Handmatige MVP. De voorkant lijkt geautomatiseerd, maar achter de schermen doe je het werk met de hand. Zo test je de dienst voordat je de automatisering bouwt.
  • Eén-functie-MVP. Een werkende webapplicatie die één taak heel goed doet, zoals het rooster uit het voorbeeld hierboven.
  • No-code MVP. Een eerste versie gebouwd met een no-code platform, om snel te testen. Handig, maar houd rekening met de grenzen van zo’n platform als je gaat groeien.

Voor een SaaS-product is de eén-functie-MVP vaak de beste keuze: je test met echte data en echte gebruikers, en je legt meteen een basis waarop je verder kunt bouwen.

Zo bepaal je de scope van de kleinste versie

De moeilijkste vraag bij een MVP is niet wat erin moet, maar wat eruit kan. Een paar vragen helpen:

  1. Wat is de ene taak die je gebruiker moet kunnen uitvoeren? Alles wat daar niet direct aan bijdraagt, gaat naar later.
  2. Wat kun je voorlopig handmatig doen? Facturen kun je de eerste maanden met de hand sturen. Een beheeromgeving kan in het begin een simpele lijst zijn.
  3. Welke koppelingen zijn echt nodig? Elke koppeling kost tijd. Kan een export naar Excel volstaan?
  4. Voor welke gebruikers bouw je eerst? Kies één doelgroep, bij voorkeur early adopters die het probleem sterk voelen.

Leg je keuzes vast in een kort functioneel ontwerp, met user stories en een lijst van wat bewust buiten scope valt. Hoe je dat aanpakt, lees je in functioneel ontwerp voor je webapplicatie. Zo voorkom je dat de scope tijdens het ontwikkelingsproces ongemerkt groeit.

MVP bouwen in zes stappen

  1. Formuleer het probleem en je aanname. Bijvoorbeeld: “Planners van schoonmaakbedrijven willen hun rooster online maken in plaats van in Excel.”
  2. Bepaal hoe je succes meet. Hoeveel gebruikers moeten het wekelijks gebruiken voordat je verder investeert?
  3. Kies de kern en schrap de rest. Gebruik de vragen hierboven.
  4. Bouw de eerste versie. Focus op gebruiksgemak en betrouwbaarheid van die ene functie. Design mag eenvoudig zijn, maar het moet werken.
  5. Lanceer bij een kleine groep eerste gebruikers. Kijk mee hoe de eindgebruiker het product gebruikt, verzamel feedback en meet het gebruik, de prestatie en de tevredenheid.
  6. Leer en beslis. Doorbouwen, bijsturen of stoppen. Alle drie zijn een goede uitkomst, als je ze op basis van data neemt.

Daarna begint de cyclus opnieuw: elke volgende versie voegt nieuwe functionaliteiten toe op basis van de feedback uit de eerste fase. Zo blijft de ontwikkeling gericht op wat gebruikers echt nodig hebben.

Een MVP laten maken: wat is de juiste keuze?

No-code, low-code of maatwerk? Er is geen aanpak die altijd wint; het hangt af van wat je wilt testen en in welke context:

  • No-code is de snelste manier om een concept te testen. Prima als je vooral wilt weten of er vraag is. Het nadeel: groeit je product, dan moet je vaak opnieuw bouwen.
  • Low-code werkt goed als je MVP een interne tool of beheeromgeving is. Wij bouwen dan bijvoorbeeld in Retool.
  • Maatwerk is de beste keuze als je MVP de eerste versie is van een SaaS-product dat moet doorgroeien. Je bouwt kleiner, maar op een fundament dat je niet hoeft weg te gooien.

Een uitgebreidere vergelijking van deze routes lees je in webapplicatie maken.

Van MVP naar schaalbaar product

Een veelgemaakte fout is de MVP zo snel en goedkoop bouwen dat je hem na het eerste succes moet weggooien. Minimaal betekent niet slordig. Een goede MVP heeft een kleine scope, maar wel een solide basis:

  • Een architectuur die kan groeien, bijvoorbeeld met ruimte voor meerdere klanten in één platform (multi-tenant) als je een SaaS-product bouwt.
  • Nette, geteste code, zodat de volgende fase niet begint met het opruimen van technische schuld.
  • Eigendom van de code, zodat je later zelf kunt kiezen wie verder bouwt.

Zo groeit je eerste versie stap voor stap uit tot een volwassen product. LegionellaDossier is een SaaS-platform waar we vele jaren bij betrokken waren. Oprichter Gert Oussoren: “Inesta heeft vele jaren bij ons gewerkt en verschillende rollen vervuld.”

Veelgemaakte fouten bij een MVP

  • Te veel functionaliteit. Als je MVP alles kan, is het geen MVP meer. Je leert later, het kost meer en je kunt minder snel lanceren.
  • Te weinig kwaliteit. Een MVP vol fouten levert negatieve feedback op over je uitvoering, niet over je idee.
  • Niet meten. Zonder duidelijke maatstaf weet je na de lancering nog steeds niet of het werkt.
  • Testen met de verkeerde gebruikers. Vrienden en collega’s zijn vriendelijk. Echte gebruikers met een echt probleem geven eerlijke feedback.
  • Geen plan voor de volgende fase. Bedenk vooraf wat je doet als het werkt, en wat als het niet werkt.

MVP laten bouwen met Inesta

Inesta bouwt sinds 2005 webapplicaties en SaaS-producten, inmiddels meer dan 300 sites en applicaties voor ruim 150 klanten. We helpen je scherp te krijgen wat er in je eerste versie hoort en wat niet, en bouwen een MVP met een fundament dat kan doorgroeien. Low-code waar het kan, maatwerk in Symfony of Laravel waar het moet.

De code is altijd van jou. Wil je daarna zelf verder? Dan coachen we je eigen team, met ons als sidekick en vangnet. Lees meer over SaaS laten ontwikkelen of vertel ons over je idee. Binnen 1 werkdag hoor je van ons.